constante

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·stan·te
enkelvoud meervoud
naamwoord constante constanten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

constante v/m

  1. een grootheid waarvan men aanneemt dat zij niet varieert
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Bijvoeglijk naamwoord

constante

  1. verbogen vorm van de stellende trap van constant
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

Bijvoeglijk naamwoord

constante

  1. vrouwelijk enkelvoud van constant