canon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: kanon

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·non
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Grieks kanoon (liniaal, regel, richtsnoer). Op zijn beurt van Grieks kanna (riet). Verwant met Hebreeuws qane (riet) en Arabisch qanah (riet).
enkelvoud meervoud
naamwoord canon canons
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

canon m/o

  1. (muziek) de strengste vorm van een meerstemmige compositie, waarin de stemmen elkaar in de tijd verschoven imiteren
    • De bekendste canon is waarschijnlijk "Vader Jacob". 
  2. het geheel van belangrijke personen, teksten, kunstwerken, voorwerpen, verschijnselen en processen voor een bepaalde tijdsperiode en/of gebied
    • De literaire canon van de 20e eeuw. 
  3. overeengekomen standaardinhoud, bijvoorbeeld van de Bijbel
    • De canon van het Oude Testament. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie