frank
Uiterlijk
- frank
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | frank | franker | frankst |
| verbogen | franke | frankere | frankste |
| partitief | franks | frankers | - |
frank
- stoutmoedig.
- Frank en vrij.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | frank | franken |
| verkleinwoord | frankje frankske |
frankjes frankskes |
de frank m
- (financieel) naam voor verschillende munteenheden die onder andere in Burundi, de Comoren, Congo, Djibouti, Guinee, Rwanda en Zwitserland gebruikt worden, en voorheen in België en Frankrijk gebruikt werden
- (numismatiek) muntstuk met de waarde van 1 frank
- Ah, nu valt mijn frankske!
- [2] vijffrankstuk
- Het woord frank staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "frank" herkend door:
| 95 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- 1 2 "frank" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Numismatiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 95 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %