brutal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: brutaal

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • bru·tal
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord brutus (= zwaar, dom, gevoelloos).
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
g enkelvoud brutal brutalere brutalest
o enkelvoud brutalt
meervoud brutale
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
brutale brutalere brutaleste

Bijvoeglijk naamwoord

brutal

  1. bruut, brutaal, meedogenloos, ruw, wreed


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • bru·tal
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord brutus (= zwaar, dom, gevoelloos).
Naar frequentie 7939
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud brutal brutalere brutalest
o enkelvoud brutalt
meervoud brutale
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
brutale brutalere brutaleste

Bijvoeglijk naamwoord

brutal

  1. bruut, brutaal, meedogenloos, ruw, wreed
    «Tre uker etter det brutale hjemmeranet i Fet, har politiet ennå ingen mistenkte i saken. »
    Drie weken na de brute roofoverval thuis in Fet heeft de politie geen verdachten in deze zaak.


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • bru·tal
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse bijvoeglijke naamwoord brutus (= zwaar, dom, gevoelloos).
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud brutal brutalare brutalast
o enkelvoud brutalt
meervoud brutale
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
brutale brutalare brutalaste

Bijvoeglijk naamwoord

brutal

  1. bruut, brutaal, meedogenloos, ruw, wreed