brouwer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • brou·wer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brouwer brouwers
verkleinwoord brouwertje brouwertjes

Zelfstandig naamwoord

brouwer m

  1. (beroep) een handelaar die een brouwerij bezit waar bier gemaakt wordt om te verhandelen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen