borgsom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • borg·som
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borgsom borgsommen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

borgsom v/m

  1. som geld die een gevangene betaalt ter garantie dat hij in gevangenschap zal terugkeren
    • De borgsom die hij betalen moest bedroeg $300.000.-. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.