Naar inhoud springen

boete

Uit WikiWoordenboek
  • boe·te
  • In de betekenis van ‘(geld)straf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1254 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord boete boeten, boetes
verkleinwoord boetetje boetetjes

deboetev/m

  1. een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan
    • Ik kreeg een boete omdat ik te hard reed met de auto. 
     Marcus Smit heeft een flinke boete gekregen omdat hij iemand van buiten de stad gelegenheid had gegeven zijn diensten in de Gids aan te bieden, en dat huis aan de Kalverstraat wordt verhuurd aan iemand die in Amsterdam thuishoort.[2]
     Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren. Maar dit gevoel duurde niet lang want na een kort praatje schreef hij opeens een officiële boete uit voor de hele groep omdat het blijkbaar verboden was om boven op Mount Whitney te overnachten.[3]
     De kwestie draait om verschillende feestjes en borrels van de overheid die plaatsvonden op het moment dat er strenge coronaregels golden in Engeland. Sommige medewerkers kregen meerdere boetes. Om hoeveel personeelsleden het gaat is niet bekendgemaakt.[4]
  2. (religie) (zelfopgelegde) straf voor (vermeend?) bedreven kwaad
    • Na het doen van boete werden hem alle zonden vergeven. 
  3. een (zelfopgelegde) straf die volgt op een moreel verwerpelijke daad
     Zij hebben ook publiekelijk boete gedaan voor hun oorlogsverleden en excuses aangeboden voor de misdaden tijdens het naziregime, waarna ze ook staatkundig strenge wetten tegen racisme en haatzaaien aannamen.[5]
     Ook daar willen ze geen boete doen voor de genocides die zij vervolgens weer pleegden tijdens de oorlogen van de jaren negentig.[5]
     Maar het komt niet uit onszelf En zolang wij niet openlijk afstand nemen van ons gewelddadige verleden en we niet openlijk én oprecht boete doen voor onze wreedheden en we niet daders berechten en straffen, zetten we geen stappen naar een vreedzame toekomst.[5]
vervoeging van
boeten

boete

  1. aanvoegende wijs van boeten
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]
  1. "boete" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789021809526
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 19 mei 2022 Weblink bron “Politie Londen sluit onderzoek 'partygate' af, 126 boetes opgelegd” (19 mei 20), NOS
  5. 1 2 3 “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
enkelvoud meervoud
naamwoord boete

boete

  1. boete