boetedoening

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·te·doe·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boetedoening boetedoeningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

boetedoening v [1]

  1. het doen van iets vervelends omdat je een morele of godsdienstige zonde hebt gedaan
    Hij moest 10 rozenkransjes bidden als boetedoening voor zijn begane zonden.
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal