blaffen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
1. geluid maken dat kenmerkend is voor een hond

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blaf·fen
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het natuurlijke geluid van honden maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blaffen
blafte
geblaft
zwak -t volledig

Werkwoord

blaffen

  1. inergatief (dierengeluid) geluid maken dat kenmerkend is voor een hond
    • Die hond blaft al de hele dag. 
  2. inergatief, (figuurlijk), (informeel) redeloos praten of schreeuwen, tieren
    • Wat sta je te blaffen? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Blaffende honden bijten niet
Gezegd van mensen die flink tekeergaan maar niet zo gauw kwaad doen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen