favoriet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·vo·riet
stellend
onverbogen favoriet
verbogen favoriete

Bijvoeglijk naamwoord

favoriet

  1. het meest in de gunst liggend
    Zijn favoriete bezigheid is muziek maken.
  2. geacht de winnaar te zullen worden
    De favoriete schaatser ging onderuit en zag zijn kansen op het wereldkampioenschap daarmee in rook opgaan.
enkelvoud meervoud
naamwoord favoriet favorieten
verkleinwoord favorietje favorietjes

Zelfstandig naamwoord

favoriet m

  1. iemand die je beter vindt dan de anderen
    Ben Saunders was mijn favroriet bij The voice of Holland