favoriet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·vo·riet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen favoriet favorieter favorietst
verbogen favoriete favorietere favorietste
partitief favoriets favorieters -

Bijvoeglijk naamwoord

favoriet

  1. het meest in de gunst liggend
    Zijn favoriete bezigheid is muziek maken.
  2. geacht de winnaar te zullen worden
    De favoriete schaatser ging onderuit en zag zijn kansen op het wereldkampioenschap daarmee in rook opgaan.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord favoriet favorieten
verkleinwoord favorietje favorietjes

Zelfstandig naamwoord

favoriet m

  1. iemand die je beter vindt dan de anderen
    Ben Saunders was mijn favoriet bij The voice of Holland
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl