filmwereld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • film·we·reld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord filmwereld filmwerelden
verkleinwoord filmwereldje filmwereldjes

Zelfstandig naamwoord

filmwereld v/m [1]

  1. alles wat omgaat bij de productie en distributie van films en de cultuur die erom heen hangt
    • Over de Europese film valt niet veel te klagen, met zoveel prijswaardige winnaars en genomineerden. Toch zijn er ook zorgen op de achtergrond. Het jaarlijkse feestje van de Europese cinema komt op een lastig moment voor Europa, dat door Brexit en het succes van populisten in tal van landen onder zware druk staat. Veel regisseurs voelden zich in Wroclaw dan ook geroepen om een oproep te doen om de Europese gedachte te koesteren. Ook de keuze voor Polen als het gastland van de uitreiking was niet onomstreden. De huidige conservatieve regering in het land heeft scherpe kritiek op de Poolse filmwereld, die een te negatief beeld van de natie zou schetsen. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Peter de Bruijn 11 december 2016