bioscoopoperateur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bio·scoop·ope·ra·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bioscoopoperateur bioscoopoperateurs
verkleinwoord bioscoopoperateurtje bioscoopoperateurtjes

Zelfstandig naamwoord

bioscoopoperateur

  1. (beroep) iemand die verantwoordelijk is voor de techniek binnen een bioscoop, zoals het draaien van films, het onderhouden van apparateuur en het onderhouden van de zalen
     Ogenschijnlijk is de introverte bioscoopoperateur een meer voor de hand liggend model voor Tykwer, een doorgewinterde cinefiel die jarenlang een Berlijns arthouse programmeerde.[1]
Opmerkingen
  • Als het nodig is om verwarring over de opbouw van het woord te voorkomen, kan volgens de toelichting bij spellingregel 6.C ook de schrijfwijze met een koppelteken worden gebruikt: bioscoop-operateur.

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 29 januari 2020 Weblink bron Hans Beerekamp “Slaapwandelaars in de sneeuw; Innemende, meeslepende vertelling van groot Duits talent” (25 november 1998) op nrc.nl