bezetting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·zet·ting
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bezetten met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bezetting bezettingen
verkleinwoord bezettinkje bezettinkjes

Zelfstandig naamwoord

bezetting v

  1. toestand waarbij het grondgebied van een land wordt bestuurd door een ander land
    Tijdens de bezetting van 1940 - 1945 waren de Duitsers de baas in Nederland, na de bevrijding waren de Nederlanders weer baas in eigen land.
  2. het aantal van elk type instrument dat in een orkest meespeelt
    Het orkest speelde in de kleine zaal in een beperkte bezetting.
  3. de spelers die meedoen aan een toneelstuk, musical, film of opera de cast
    Deze film heeft een internationale bezetting en zo hopen de producenten dat hij in veel landen succesvol zal zijn.
  4. exclusief gebruik
Vertalingen

Meer informatie