Naar inhoud springen

toneelstuk

Uit WikiWoordenboek
  • to·neel·stuk
enkelvoud meervoud
naamwoord toneelstuk toneelstukken
verkleinwoord toneelstukje toneelstukjes

hettoneelstuko

  1. (toneel) een verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
    • We bezochten het toneelstuk met de hele klas. 
     Het toneelstuk heette Play, geschreven door Samuel Beckett, en ik had nog nooit zoiets gezien.[1]
     Toen ik klein was, moest ik op school de Herfst spelen in een toneelstuk over de seizoenen.[1]
  2. een onechte manier van doen om iemand een verkeerde voorstelling van zaken te geven
     Maar die kenmerkende, priemende blik van Lauren, het verwijden van haar pupillen en het samentrekken van haar lippen alsof ze op een rietje zuigt, zegt me dat het toneelstuk van de afgelopen dagen voor niets is geweest.[2]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be