toneelstuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • to·neel·stuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord toneelstuk toneelstukken
verkleinwoord toneelstukje toneelstukjes

Zelfstandig naamwoord

toneelstuk o

  1. (toneel) een verhaal dat bestemd is om uitgebeeld te worden
    • We bezochten het toneelstuk met de hele klas. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be