aankoopbedrag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·koop·be·drag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aankoopbedrag aankoopbedragen
verkleinwoord aankoopbedragje aankoopbedragjes

Zelfstandig naamwoord

aankoopbedrag o

  1. (economie) geld dat men moet betalen als men iets koopt
     Het gaat om kaasjes met een houdbaarheidsdatum tot 5, 6, 7, 8 of 12 januari. Albert Heijn verzoekt mensen die deze kaas in huis hebben dringend om het product niet te eten en ermee terug te gaan naar de winkel. Dan krijgen ze het aankoopbedrag terug.[1]
     Nu de Rus die toezegging volgens Sky Sports heeft ingetrokken, komt het aankoopbedrag rond de 3 miljard euro te liggen, in plaats van de helft daarvan. Bovendien zal de Britse regering dan geen toestemming geven voor de verkoop, aangezien in dat geval een deel van de som in de zakken van Abramovitsj verdwijnt, wat onder de huidige sanctieregels niet mag.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 19 mei 2022 Weblink bron “Albert Heijn haalt kaas uit handel om 'poepbacterie'” (6 januari 2022), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 20 mei 2022 Weblink bron “Chelsea in de houdgreep, voortbestaan Engelse topclub op het spel” (4 mei 2022), NOS