importe
Uiterlijk
| vervoeging van |
|---|
| importer |
importe
- eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van importer
- eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van importer
- tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van importer
- im·por·te
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| importe | importes |
importe m
- [1] suma
| vervoeging van |
|---|
| importar |
importe