streefbedrag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • streef·be·drag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord streefbedrag streefbedragen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

streefbedrag o

  1. hoeveelheid geld die men wil behalen
     Met een opbrengst van 3750 euro - bijna twee keer het streefbedrag - was de doneeractie van vorig jaar meteen een flink succes. Hij besloot het initiatief daarom te herhalen, maar dan met een ander goed doel.[1]
     Het streefbedrag van 40.000 euro moet voldoende zijn om het een paar maanden uit te zingen. Nog geen 24 uur na het starten van de actie staat de teller al op ruim 14.000 euro.[2]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Gamestreamer haalt ruim 8000 euro op voor kinderziekenhuis” (29-12-2019), NOS
  2. Bronlink Weblink bron “Gasten geven in één dag duizenden euro's aan Zeeuwse horecaondernemer” (27-03-2020), NOS