bedragen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedragen
bedroeg
bedragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

bedragen

  1. absoluut de som gelds die iets kost
    • De uitgaven bedroegen meer dan twee miljoen euro. 
  2. de grootte van iets
     De afstand tot de groep bedroeg nog dertig meter, toen plotseling een hysterische stem in zijn hoofd schreeuwde: ‘Waar zijn de kinderen? ’[1]
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bedragen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bedrag
     ‘Dit kan dus niet,’ mompelde hij toen hij de bedragen las.[1]
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bedragen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van: bedragen…
geen verbogen vorm

bedragen

  1. voltooid deelwoord van bedragen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be