bedragen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·dra·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van dragen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bedragen
bedroeg
bedragen
klasse 6 volledig

Werkwoord

bedragen

  1. (absoluut) de som gelds die iets kost
    De uitgaven bedroegen meer dan twee miljoen euro.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

bedragen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bedrag
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van bedragen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs)

Werkwoord

vervoeging van
bedragen

bedragen

  1. voltooid deelwoord van bedragen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.