arrangement

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ran·ge·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit de samenstelling van de Franse woorden à en ranger.
enkelvoud meervoud
naamwoord arrangement arrangementen
verkleinwoord arrangementje arrangementjes

Zelfstandig naamwoord

arrangement o

  1. verschillende tot een aantrekkelijk geheel samengevoegde elementen of (programma-)onderdelen
    • In de brochure van het reisbureau staat een arrangement voor een lang weekend naar Londen. 
  2. (muziek) een compositie geschikt maken voor een andere instrumenten, of een andere muzikale stijl.
    • Het arrangement is speciaal voor deze film gemaakt, en is een bewerking van een onbekende opera. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ran·ge·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit de samenstelling van de Franse woorden à en ranger
Naar frequentie 16120
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   arrangement     arrangementet     arrangement
arrangementer  
  arrangementa
arrangementene  
genitief   arrangements     arrangementets     arrangements
arrangementers  
  arrangementas
arrangementenes  

Zelfstandig naamwoord

arrangement, o

  1. evenement, voorstelling
    «Dersom du skal avholde et arrangement må du sende en søknad til politiet og eventuelt grunneier samtidig.»
    Als u een evenement wilt houden, moet u een aanvraag bij de politie en de eventuele grondeigenaar indienen.

Zelfstandig naamwoord

arrangement, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van arrangement
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ran·ge·ment
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit de samenstelling van de Franse woorden à en ranger
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   arrangement     arrangementet     arrangement     arrangementa  

Zelfstandig naamwoord

arrangement, o

  1. evenement, voorstelling

Zelfstandig naamwoord

arrangement, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van arrangement