arbiter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·bi·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Franse arbitre of het Latijnse 'arbiter' [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord arbiter arbiters
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

arbiter m

  1. (sport) scheidsrechter bij een wedstrijd
    De beslissing van de arbiter is bindend.
  2. (juridisch) iemand die bij een geschil een schikking treft, zodat een rechtszaak overbodig wordt
    arbiter bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl