overbodig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·bo·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van over en bod met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overbodig overbodiger overbodigst
verbogen overbodige overbodigere overbodigste
partitief overbodigs overbodigers -

Bijvoeglijk naamwoord

overbodig

  1. niet of niet langer nodig
    Daarmee is die procedure alleen maar overbodiger geworden.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl