alpaca

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • al·pa·ca
Woordherkomst en -opbouw
  • v: Ontleend aan het Spaanse alpaca, dat zelf overgenomen is van het Quechua allpaqa (een afleiding van paqu, «geelrood»).
  • o:
    • [1] Afgekort uit alpacawol.
    • [2] Eigenlijk de Duitse merknaam "Alpaka". Dit merk, met als logo een alpaca, commercialiseerde als één van de eerste de legering nikkelzilver.
enkelvoud meervoud
naamwoord alpaca alpaca's
verkleinwoord alpacaatje alpacaatjes

Zelfstandig naamwoord

alpaca v

  1. (zoogdieren) Vicugna pacos; een kameelachtig dier uit Zuid-Amerika
    In het Discovery Channel-programma Dirty Jobs werd er een uitzending gewijd aan de wol van de alpaca.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord alpaca -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alpaca o

  1. licht weefsel, gemaakt uit de wol van alpaca's
    De kledingwinkel verkoopt truien in alpaca.
  2. (metallurgie) een zilverkleurige metaallegering met als voornaamste bestanddelen koper, nikkel en zink
    Modelspoorbanen bestaan vaak uit alpaca omdat dit metaal goed bestand is tegen roesten, wat de productie van vonken beperkt.
Synoniemen
Vertalingen

Bijvoeglijk naamwoord

alpaca

  1. gemaakt van de de metaallegering alpaca
    Ik heb thuis een set van alpaca kopjes staan.
Synoniemen
Vertalingen


Meer informatie


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ælˈpækæ/
enkelvoud meervoud
alpaca alpaca, alpacas
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Spaanse alpaca, dat zelf overgenomen is van het Quechua allpaqa (een afleiding van paqu, «geelrood»).

Zelfstandig naamwoord

alpaca

  1. alpaca (kameelachtig dier).


Portugees

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Spaanse alpaca, dat zelf overgenomen is van het Quechua allpaqa (een afleiding van paqu, «geelrood»).
enkelvoud meervoud
alpaca alpaca, alpacas

Zelfstandig naamwoord

alpaca v

  1. alpaca (kameelachtig dier).
  2. alpaca (metaallegering).
Synoniemen


Roemeens

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Spaanse alpaca, dat zelf overgenomen is van het Quechua allpaqa (een afleiding van paqu, «geelrood»).

Zelfstandig naamwoord

alpaca v

  1. alpaca (kameelachtig dier).
  2. alpaca (metaallegering).


Spaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Quechua allpaqa (een afleiding van paqu, «geelrood»).
enkelvoud meervoud
alpaca alpacas

Zelfstandig naamwoord

alpaca v

  1. alpaca (in alle betekenissen).
  2. hooibaal
Synoniemen