rookalarm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

rookalarm
Uitspraak
Woordafbreking
  • rook·alarm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rookalarm rookalarmen
verkleinwoord rookalarmpje rookalarmpjes

Zelfstandig naamwoord

  1. een alarm dat waarschuwt als er rook of vuur is
    • Er gaat met regelmaat iets mis in mijn keuken. Piepers die aanbranden, cake die te droog wordt, het rookalarm dat begint te loeien wanneer ik een biefstuk grill; niets thuiskokkerigs is mij vreemd.[1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Janneke Vreugdenhil 12 maart 2012
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be