alarmsignaal
Uiterlijk
- Geluid: alarmsignaal (hulp, bestand)
- IPA: / aˈlɑrᵊmsɪˌɲal / (4 of 5 lettergrepen)
- alarm·sig·naal
- samenstelling van alarm en signaal
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | alarmsignaal | alarmsignalen |
| verkleinwoord | alarmsignaaltje | alarmsignaaltjes |
het alarmsignaal o
- een noodsignaal, vaak in de vorm van een luid geluid of een knipperend licht, dat voor dreigend gevaar waarschuwt
- Let altijd op het alarmsignaal! Als het afgaat, moet u de ruimte verlaten.
- ▸ Hij duwde zijn kop tegen Gabriels been en keek hem met smekende ogen aan alsof hij wilde zeggen: we zijn nu toch met ons drieën en u kunt toch gelukkig zijn? Op dat moment werd mijn plezier vergald door de speldeprikken van een alarmsignaal.[1]
- ▸ Doorlopend horen we in de verte alarmsignalen.[2]
1. een noodsignaal, vaak in de vorm van een luid geluid of een knipperend licht, dat voor dreigend gevaar waarschuwt
- Het woord alarmsignaal staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Victoria Holt“Erfgenaam van Kirkland” (1962), Saga, ISBN 9788726484977
- ↑ Jan Klijn“Van regenwoud tot bergtop” (2020), KokBoekencentrum Uitgevers, ISBN 9789043535007
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 of 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal