alarmisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alar·mis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alarmisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

alarmisme o

  1. (politiek) het veroorzaken van onrust door alarm te slaan, vaak met een politiek doel

Gangbaarheid