alarmfase

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alarm·fa·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alarmfase alarmfasen
alarmfases
verkleinwoord alarmfasetje alarmfasetjes

Zelfstandig naamwoord

alarmfase v

  1. fase waarin alarm wordt geslagen omdat er iets goed fout gaat

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be