alarma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • a·lar·ma
enkelvoud meervoud
alarma alarmas

Zelfstandig naamwoord

alarma v

  1. alarm

Werkwoord

vervoeging van
alarmar

alarma

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van alarmar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van alarmar