brandalarm
Uiterlijk

- Geluid: brandalarm (hulp, bestand)
- IPA: / 'brɑntalɑrm / (3 lettergrepen)
- brand·alarm
- samenstelling van brand en alarm [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | brandalarm | brandalarmen |
| verkleinwoord | brandalarmpje | brandalarmpjes |
het brandalarm o
- waarschuwing dat er brand is
- Toch was het boek over Nederland niet het enige documentair getinte boek dat Huf in de jaren vijftig zou maken. Al in 1948 illustreerde hij een uitgave ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van de Nieuwe Schoolvereniging in Amsterdam met negenendertig foto's, de meeste (uiteraard) van kinderen: schrijvend in hun schriftjes, kijkend naar de poppenkast, spelend op het schoolplein, in het gelid tijdens de gymnastiekles en de oefening van het brandalarm. [2]
- apparaat waarmee men een brandalarm kan geven
- We hadden het zouter gegeten, er was daar in tijden van extra waakzaamheid ook al eens ontruimd vanwege rookontwikkeling bij een rookpaal op een van de perrons, een niet werkend brandalarm dat dus niet kon afgaan, en een keer om ‘onduidelijke redenen’. [3]
- ▸ En wanneer ze rookt in het ziekenhuis, zodat het brandalarm afgaat en daarna schreeuwt: 'Het is toch ook godgeklaagd dat het overal zo verdomd politiek correct moet zijn tegenwoordig!' wanneer ze van de beveiligers die erop afkomen haar sigaret moet uitmaken.[4]
- Het woord brandalarm staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Eddie Marsman 22 april 2005
- ↑ NRC Marcel van Roosmalen 30 maart 2016
- ↑ Frederik Backman“Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt” (2013), Volt, ISBN 9789021455808