alarmpeil

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alarm·peil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alarmpeil alarmpeilen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

alarmpeil o [1]

  1. (waterbeheer) hoogte van het water waarbij er sprake is van gevaarlijk hoog water
     Ook in België staat het waterpeil in verschillende plaatsen hoog, maar ook daar blijft grote wateroverlast vooralsnog uit, melden Vlaamse media. "Op dit moment is de situatie onder controle. Maar gisteravond hebben we wel de hulpdiensten moeten verwittigen, omdat de Berwijn in Moelingen en de Voer in Voeren daar richting alarmpeil leken te gaan", zegt een woordvoerder van de Vlaamse Milieumaatschappij.[2]
     Ook in Wallonië verbetert de situatie. Alleen de Mehaigne, de Maas, de Ourthe en de Beneden-Lesse staan nog op het alarmpeil. Wel is een aantal doorgaande wegen nog (deels) afgesloten, zoals de E25 bij Embourg en de N30 bij Aywaille.[3]
     De Oosterscheldekering in Zeeland blijft zoals het er nu naar uitziet open. Het alarmpeil van 2,75 meter boven NAP wordt waarschijnlijk niet bereikt. Ook de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg en Hartelkering kunnen waarschijnlijk open blijven.[4]

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 12 maart 2023 Weblink bron “Hoogwaterpiek Geul bereikt Valkenburg” (Maandag 7 februari 2022, 10:14), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 12 maart 2023 Weblink bron “Dodental België en Duitsland loopt verder op, honderden mensen nog vermist” (Zaterdag 17 juli 2021, 11:32), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 12 maart 2023 Weblink bron “Sneeuw verdwijnt, windstoten op komst” (Vrijdag 13 januari 2017, 04:56), NOS