adem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adem
enkelvoud meervoud
naamwoord adem -
verkleinwoord adempje adempjes

Zelfstandig naamwoord

adem m

  1. (medisch) de lucht die levende wezens in zich opnemen en weer uitdrijven
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • buiten adem zijn
door grote inspanning heel snel en diep moeten ademen, hijgen
  • een lange adem hebben
een groot uithoudingsvermogen hebben, heel geduldig zijn
  • op adem komen
tot rust komen, uitrusten
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
ademen

adem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
    • Ik adem. 
  2. gebiedende wijs van ademen
    • Adem! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ademen
    • Adem je?