ademnood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • adem·nood
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ademnood -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ademnood m

  1. (medisch) gebrek aan adem
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie