adempauze
Uiterlijk

- adem·pau·ze
- samenstelling van adem en pauze [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | adempauze | adempauzes adempauzen |
| verkleinwoord | adempauzetje | adempauzetjes |
- een pauze om te rusten
- Na 3 uur wandelen namen we een korte adempauze om wat op adem en tot rust te komen.
- Het is onzeker of de opstandelingen hun nieuwe posities goed weten te verdedigen en eveneens of hun tegenstanders een adempauze nemen voor ze verder proberen op te rukken. [3]
- Het woord adempauze staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "adempauze" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ adempauze op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Floris van Straaten 29 november 2016
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %