Naar inhoud springen

adagium

Uit WikiWoordenboek
  • ada·gi·um
  • Leenwoord uit het Latijn.[1] In de betekenis van ‘levenswijsheid, spreuk’ voor het eerst aangetroffen in 1650 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord adagium adagiums
adagia
verkleinwoord

hetadagiumo

  1. levenswijsheid, motto, spreuk, stelregel
    • We houden vast aan het adagium 'samen uit, samen thuis'. 
    • 'Met een witte blijf je zitten', is het aloude adagium. 
     In de toekomstige feministische utopie van Piercy, waar zowel van vrije hetero- als homoseksuele liefde sprake is en waar mannen en vrouwen vooral gemeenschapswezens zijn, lijkt vooral vertrouwd te worden op het adagium uit de jaren zestig en zeventig van deze eeuw dat jaloezie geen pas geeft.[3]
     Onder andere uit dit werk, en uit zijn adagium 3001: 'Dulce bellum inexpertis' ('Aangenaam is de oorlog voor wie hem niet kennen'), kennen we hem als pacifist.[4]
  • Het aan het Italiaans ontleende adagio heeft in het Nederlands een andere betekenis, maar wordt soms met adagium verward. De oorspronkelijke Italiaanse term heeft daadwerkelijk de dubbele betekenis.
76 %van de Nederlanders;
68 %van de Vlamingen.[5]
enkelvoud meervoud
adagium adagiums/adagia

adagium

  1. adagium
  • De ongewijzigde Latijnse woordvorm hiervan komt in het Engels alleen sporadisch voor. In het Engels en Frans wordt meestal adage gebruikt.

adagium o

  1. adagium, slogan, spreuk