spreuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spreuk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zegswijze’ voor het eerst aangetroffen in 1287 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord spreuk spreuken
verkleinwoord spreukje spreukjes

Zelfstandig naamwoord

spreuk v/m

  1. een korte kernachtige uitspraak
    • Zijn spreuken genieten grote bekendheid. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen