slogan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slo·gan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slogan slogans
verkleinwoord slogannetje slogannetjes

Zelfstandig naamwoord

slogan m

  1. korte tekst die wordt gebruikt voor propaganda of commerciële doeleinden, slagzin, slagwoord, leus, motto
    de nazi's waren dol op slogans
    slogan bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl