aantrekkelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·trek·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aantrekkelijk aantrekkelijker aantrekkelijkst
verbogen aantrekkelijke aantrekkelijkere aantrekkelijkste
partitief aantrekkelijks aantrekkelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

aantrekkelijk

  1. bekoorlijk, fijn, leuk, knap
    Ze spelen aantrekkelijk voetbal.
    Een filmster is vaak een aantrekkelijke vrouw.
    Het is een aantrekkelijk plan om eerst hard te gaan werken en daarna op vakantie te gaan.
  2. (verouderd) licht geraakt, zich dingen aantrekkend
    En toch was hij, ten gevolge van zijn ligchaamsgestel, niet zelden zwaarmoedig gestemd en doorgaande gevoelig en aantrekkelijk.[1]
Antoniemen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden. (1864).
    Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden over het jaar. Leiden, E.J. Brill.