knap
Uiterlijk
- knap
- In de betekenis van ‘slim, aantrekkelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1657 [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | knap | knapper | knapst |
| verbogen | knappe | knappere | knapste |
| partitief | knaps | knappers | - |
knap
- behendig, handig
- slim [1]
- Hij is een knappe geleerde.
- ▸ Wel knap dat je toch gids bent geworden.[4]
- (van mensen) mooi, aantrekkelijk
- Albert mocht hem niet. Misschien omdat hij knap was. Een lange, slanke, elegante vent met een bos golvend donkerbruin haar, een rechte neus en prachtig getekende smalle lippen. En donkerblauwe ogen. [5]
- ▸ Ze zou knap kunnen zijn met haar symmetrische gezicht en steile, bruine haar, maar de prominente fronsrimpel en samengeperste lippen zitten in de weg.[4]
- ▸ Niet uitgesproken knap zoals Joy, maar een natuurlijke bescheiden schoonheid die je alleen ziet als je de tijd neemt om ernaar te kijken.[4]
- (van kleding e.d.) nauw, strak
- Die jas zit te knap.
- (verouderd) snel, vlug
- [1], [2] intelligent, snugger
knap
- in aanzienlijke/behoorlijke mate
- Dat vraagstuk is knap lastig.
- ▸ De ontwikkelingen gaan hard en dat betekent dat de Europese auto-industrie het de komende jaren nog knap lastig kan krijgen. "Een Duits autobedrijf doet er ongeveer vijf tot zeven jaar over om een nieuw automodel te ontwikkelen. Sommige Chinese merken doen het in minder dan een jaar", zegt Van Dillen.[6]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | knap | knappen |
| verkleinwoord | knapje | knapjes |
de knap m
- een geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt
- Toen ik viel hoorde ik een knap omdat ik op een tak viel die in tweeën brak.
- ▸ De kegel komt met een harde knap los en neemt het minuscule handje van Agnes mee.[2]
- (gereedschap) vlasbraak
knap
- nabootsing van het geluid waarbij iets hards of stijfs opeens breekt
| vervoeging van |
|---|
| knappen |
knap
- Het woord knap staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "knap" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- ↑ "knap" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑
Weblink bron NOS Voetbal“Nederlands elftal onder 17 jaar via Nigeria naar kwartfinales WK” (Woensdag 6 november 2019, 01:56), NOS - 1 2 3 Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑ Lemaitre, PierreTot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 12
- ↑
Weblink bron Aïda Brands“Chinese elektrische auto's booming in Europa ondanks heffingen” (24 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to knap |
| he/she/it | knaps |
| verleden tijd | knapped |
| voltooid deelwoord |
knapped |
| onvoltooid deelwoord |
knapping |
| gebiedende wijs | knap |
knap
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Bijwoord in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Gereedschap in het Nederlands
- Tussenwerpsel in het Nederlands
- Trefwoorden in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Werkwoord in het Engels