bekoorlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·koor·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekoorlijk bekoorlijker bekoorlijkst
verbogen bekoorlijke bekoorlijkere bekoorlijkste
partitief bekoorlijks bekoorlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

bekoorlijk

  1. aantrekkelijk, bekoring opwekkend
    Zij was een bekoorlijke jonge vrouw.
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.