bekoorlijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·koor·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekoorlijk bekoorlijker bekoorlijkst
verbogen bekoorlijke bekoorlijkere bekoorlijkste
partitief bekoorlijks bekoorlijkers -


Bijvoeglijk naamwoord

bekoorlijk

  1. aantrekkelijk, bekoring opwekkend
    Zij was een bekoorlijke jonge vrouw.
Vertalingen