reiken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Reiken.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rei·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
reiken
reikte
gereikt
zwak -t volledig

Werkwoord

reiken

  1. ~ naar: de armen uitstrekken tot iets
    Hij reikte naar de pot die op de hoogste plank stond maar kon er net niet bij.
  2. ~ tot (aan): werkzaam of aanwezig zijn tot een bepaalde grens
    Het verspreidingsgebied van de lepelaar reikt in het uiterste noordwesten tot aan Nederland.
Gelijkklinkende woorden
Vertalingen