bereiken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·rei·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘aankomen’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • afgeleid van reiken met het voorvoegsel be- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bereiken
bereikte
bereikt
zwak -t volledig

Werkwoord

bereiken

  1. overgankelijk fysiek het doel halen
    • De zwemmer had net genoeg kracht om de overkant te bereiken. 
     Op 10 juli 2019 bereikt la belle fille op haar racefiets zwoegend de top.[3]
  2. overgankelijk het informeren van personen
    • De campagne wist een groot publiek te bereiken. 
  3. overgankelijk een bepaald doel verwezenlijken, halen
    • Nadat de voetbalclub het hoogste niveau had bereikt, werd er uitbundig gefeest. 
     Een van onze gedistingeerde gasten heeft mij ooit gezegd dat de monsters volgens hem niet waren bedoeld om vreemden buiten te houden, maar om de gasten te beletten de uitgang te bereiken. Het was jaren geleden dat hij dat zei, en hij is hier nog steeds. Zijn naam is Patelski. U zult hem ontmoeten.[4]
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen