aangrijpen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·grij·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aangrijpen
greep aan
aangegrepen
klasse 1 volledig

Werkwoord

aangrijpen

  1. (overgankelijk) met kracht aanpakken
  2. aanvallen.
  3. hevig ontroeren
Spreekwoorden

De gelegenheid aangrijpen.

  • Van de gelegenheid gebruik maken wanneer die zich voordoet.
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.