aandikken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·dik·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aandikken
dikte aan
aangedikt
zwak -t volledig

Werkwoord

aandikken

  1. dikker worden
  2. (iets) dikker maken
  3. (iets) overdrijven
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.