Julius
Uiterlijk
- Ju·li·us
| enkelvoud | |
|---|---|
| nominatief | Julius |
| genitief | Julius' |
Julius m
- (mannelijke naam) jongensnaam
- ▸ En de ironie? Ook die gebruikte hij ten faveure van de mensheid, om die een spiegel voor te houden, in de Lof der Zotheid, en om pausen die te veel hechtten aan het gewapenderhand verdedigen van wereldlijke macht een afschrikwekkend oordeel te tonen in de Julius buiten de hemelpoort.[1]
- ▸ Karl Julius Weber, Duits satiricus en schrijver (1767 - 1832) Dag 2: zaterdag 27 juli, ochtend TGV-station Luik-Guillemins: wachten op de trein Zonnig en matige wind.[2]
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jan Bloemendal“Erasmus” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312541 - ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280