janplezier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • jan·ple·zier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord janplezier janplezieren
janpleziers
verkleinwoord janpleziertje janpleziertjes

Zelfstandig naamwoord

janplezier m

  1. door paarden getrokken, overkapt rijtuig voor een groot aantal personen

Gangbaarheid

59 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.

Meer informatie