Baby

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
  • IPA: [1-6] /ˈbeːbi/, [3, 4, 6] (vaak ook geangliceerd) /ˈbɛɪ̯bi/
Woordafbreking
  • Ba·by
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontlening van het Engelse baby (anglicisme), dat op zijn beurt een stamelwoord uit de kindertaal is

Zelfstandig naamwoord

Baby o

  1. baby
    «Ihr habt aber ein sehr süßes Baby
    Jullie hebben een erg lieve baby!
    «Sie benimmt sich wie ein Baby
    Ze gedraagt zich als een baby.
  2. (in ruimere zin) kind
    «Sie wünschen sich beide ein Baby
    Zij wilden beide een kind.
    «Sie erwartet/bekommt ein Baby
    Zij krijgt een kind.
  3. een troetelwoord voor de partner(es); schatje.
    «Sie ist mein Baby, mein Ein und Alles.»
    Zij is mijn schatje, mijn alles.
  4. (informeel) een omschrijvende benaming van mannen voor een zeer leuk, jong meisje met een seksistische of chauvinistische bijklank; schatje.
    «Hey, Baby, heute Abend schon was vor?»
    schatje, heb je vanavond al wat te doen?
  5. (informeel) een afkeurende benaming voor een mens met weinig moed; angsthaas, slapjanus.
    «Du bist ein echtes Baby
    Je bent een echte angsthaas/slapjanus!
  6. (spreektaal) (in navolging van 3) een troetelwoord voor zelfgemaakte objecten of voor bezit waarmee men een bijzondere (emotionele) relatie heeft; schatje.
    «Dieses Auto ist mein Baby; ich habe es selbst getunt.»
    Deze auto is mijn schatje; ik heb 'm zelf opgevoerd.
Verbuiging
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] (spreektaal) Du bist doch kein Baby mehr!

  • Je bent toch (zeker) geen baby meer!

[1] noch ein richtiges Baby sein

  • Onzelfstandig, hulpeloos zijn.
Afgeleide begrippen