wonen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: wonen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋo.nə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈβ̞o.nə(n)/
- (Limburg): /ˈwo.nə(n)/
Woordafbreking
- wo·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| wonen |
woonde |
gewoond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
wonen
- (inergatief) een permanente behuizing hebben
- In ons werkgebied wonen ongeveer 200.000 mensen.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een permanente behuizing hebben
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.