gewoonte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·woon·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van gewoon met het achtervoegsel -te.
enkelvoud meervoud
naamwoord gewoonte gewoonten, gewoontes
verkleinwoord gewoontetje gewoontetjes

Zelfstandig naamwoord

gewoonte v

  1. vaste wijze om dingen te doen
    Autorijden wordt heel snel een gewoonte.
Vertalingen