gewoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ge·woon
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gewoon | gewoner | gewoonst |
| verbogen | gewone | gewonere | gewoonste |
Bijvoeglijk naamwoord
gewoon
- iets ~ zijn: ergens aan gewend zijn
- Zij waren gewoon 's zondags naar de kerk te gaan.
- alledaags, normaal.
- Dit zijn gewone mussen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vaste voorzetsels
- gewoon zijn aan