live

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Engels

Bijvoeglijk naamwoord

live

  1. live, rechtstreeks
  2. levend
  3. levendig
  4. onder stroom staand

Werkwoord

live

  1. leven
  2. verderleven
  3. wonen


Frans

Zelfstandig naamwoord

  1. live m - Lijflands; Finoegrische taal die in Estland en Letland gesproken wordt.
Persoonlijke instellingen