woonplaats
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- woon·plaats
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | woonplaats | woonplaatsen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (informatica) plaats waar men woont, waar men ingeschreven is in het bevolkingsregister
Verwante begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.